Nu we aan het begin staan van de introductie van 3D TV en er ook steeds meer 3D content in de bioscoop te zien is komen er ook steeds meer opmerkingen over de vermeende effecten van 3D kijken zoals hoofdpijn en duizeligheid.

Nu hebben wij zelf al heel wat uurtjes naar 3D materiaal gekeken zonder dat we ook maar enig probleem hebben ervaren maar er zijn toch wel een aantal aandachtspunten waar de makers van 3D beelden rekening mee zullen moeten houden om er voor te zorgen dat die vaakgenoemde effecten niet gaan optreden. Bij verkeerd gebruik van deze nieuwe techniek kunnen er namelijk wel degelijk negatieve ervaringen optreden.

De Engelse zender Sky heeft al uitgebreide ervaringen met opnemen en uitzenden met 3D TV en ook zij hebben ervaren dat 3D over het gehele traject gezien compleet andere eisen stelt dan voorgaande technieken.

In de praktijk wordt het idee van diepte niet alleen maar bepaald door het feit dat onze ogen zo’n 6,5 cm uit elkaar staan en we daardoor twee verschillende beelden zien waarmee onze hersenen diepte berekenen. Factoren als scherptediepte, perspectief, licht en schaduw, kleur intensiteit, contrast en relatieve beweging zijn medebepalend voor onze ervaring van diepte.

Uiteindelijk zal 3D TV of 3D film alleen kans van slagen hebben wanneer we proberen om een 3D ervaring te creëren die zo dicht mogelijk ligt bij onze natuurlijke manier van waarnemen. Wanneer er te grote verschillen optreden tussen TV- of filmbeeld en die natuurlijke ervaring kan dat zeker leiden tot negatieve effecten.

Uit de eerste ervaringen met 3D TV blijken al een aantal leermomenten te komen. We noemen er een aantal:

• Houd de afstand tussen de twee camera lenzen, waarmee 3D wordt opgenomen, gelijk aan de natuurlijke afstand tussen onze ogen (6,5 cm). Wanneer bijvoorbeeld een grotere afstand tussen de lenzen wordt aangenomen zullen de twee opgenomen beelden een grotere diepte ervaring kunnen opleveren maar onze hersenen zullen moeite hebben met de verwerking van dit soort beeldmateriaal. Dat kan leiden tot vermoeidheid en zelfs hoofdpijn bij langdurig kijken naar dergelijke opnamen.

• Zorg er voor dat het 3D beeld in of achter het vlak ligt waarop 3D materiaal wordt vertoond. Doordat onze ogen op een afstand van elkaar staan zien we twee verschillende beelden, we noemen dat parallax. Bij nul parallax lijkt het object op het beeldscherm te liggen, bij positieve parallax ervaren we een object alsof het achter het scherm ligt en bij negatieve parallax lijkt het object vóór het scherm te liggen. Vooral het veelvuldig gebruik van negatieve parallax is vermoeiend. Dit laatste effect wordt echter nog te vaak gebruikt om indruk te maken op de kijker. Ballen, zwaarden en of pijlen lijken dan uit het scherm op ons af te komen. Naar onze mening zou dit niet of nauwelijks gebruikt moeten worden.

• Veelvuldig in- en uitzoomen in 3D opnamen kan verstorend werken. Er zullen andere camera posities moeten worden ingenomen dan momenteel het geval is bijvoorbeeld sport opnamen. Vaak werkt een lager camerastandpunt voor 3D beter dat de huidige “luchtopnamen” die we bij voetbalwedstrijden nu vaak zien.

Al met al stelt 3D behoorlijk andere eisen aan het hele traject van cameraopstelling, cameraman, regie en montage om te zorgen dat we op een comfortabele manier naar onze 3D TV kunnen kijken en er optimaal plezier aan kunnen beleven.