Kabelaar UPC verliest een rechtszaak die het bedrijf aanspande tegen Consumentenautoriteit. De boete van drie ton die in 2007 werd opgelegd voor misleiding van klanten was terecht.

Dit bepaalde de bestuursrechter in Rotterdam nadat UPC een zaak aanspande tegen de Consumentenautoriteit. In mei 2008 legde de toezichthouder UPC zeven boetes van totaal 303.000 euro. Bovendien kwam er een dwangsom van maximaal 100.000 euro voor het geval UPC klanten niet goed zou informeren over het doel van verkooptelefoontjes.

UPC zou volgens de Consumentenautoriteit telefonisch hun Mediabox voor digitale televisie onder valse voorwendselen hebben gesleten. Kopers werd te vaak niet verteld dat ze aan een abonnement vastzaten en UPC stuurde een aantal klanten die de decoder al geweigerd hadden nogmaals de ongewenste doos met inhoud. In juni 2008 maakte UPC bezwaar tegen de straf, maar dat werd verworpen in januari 2009 waarna de rechtszaak volgde.

Overtredingen op grote schaal
De rechtszaak ging over de schaal van de overtredingen. UPC bekende de overtredingen in de eerste maanden van 2007, maar bestrijdt dat ze op grote schaal hebben plaatsgevonden. Het zou om incidenten zijn gegaan. De Consumentenautoriteit, zo stelde de kabelaar, heeft het aantal zwaar overtrokken.

De rechtbank ziet dat anders: een groot aantal consumenten is geraakt door de het vals handelen van UPC. Vooral een onderzoek van TNS Nipo, uitgevoerd in opdracht van de Consumentenautoriteit, vindt de rechtbank een belangrijk argument tegen UPC. Het ging om 64 klachten en meldingen bij ConsuWijzer, een telefonisch onderzoek van deze klachten door de Consumentenautoriteit en de enquête van TNS Nipo.

Onenigheid om aantallen
Volgens UPC hebben TNS Nipo en de Consumentenautoriteit op onjuiste gronden de uitslagen van een enquête onder 2.000 personen geëxtrapoleerd naar de totale klandizie van UPC. In het boeterapport voerde de Consumentenautoriteit bijna 400 klachten aan. Volgens UPC was de meerderheid van deze klachten irrelevant voor de overtredingen waarvoor een boete is opgelegd.

Immers, bijna tweederde van de klachten dateert van voor 2007, toen de Consumentenautoriteit nog niet eens bestond. Volgens UPC blijven er uiteindelijk 50 klachten over, een gering aantal op ruim 130.000 abonnees die in de onderzochte periode zijn benaderd.

De Consumentenautoriteit is niet gehouden aan het bewijs dat iets op grote schaal is gebeurd als maar duidelijk is dat het handelen of nalaten van een marktpartij schade toebrengt of kan toebrengen aan consumenten. In dit geval is echter ook de grote schaal afdoende aangetoond, oordeelde de rechter. Ook oordeelde hij dat UPC zich schuldig maakt aan colportage via zogenaamde 'callscripts'.

Boete
De Consumentenautoriteit nam UPC verschillende dingen kwalijk. Zo werd de Mediabox toegezonden zonder dat deze consumenten expliciet akkoord zijn gegaan met het aanbod voor een abonnement op digitale televisie. Colporteurs verzuimden ook bij aanvang van het colportagegesprek dat het ging om het verkopen van een abonnement op digitale televisie.

Daarnaast werden vaker misleidende uitingen gedaan door de telefonische colporteurs, er werd gelogen over de voorwaarden en de identiteit van de aanbieder werd verzwegen. Ook werd er verzuimd om het oogmerk van het telefoontje helder te maken.

Terecht beboet
Op deze gebieden geeft de rechter de Consumentenautoriteit nu gelijk. Aleen bij een opgelegde boete voor het verzuimen van het noemen van bedenktijd vond de rechter de Consumentenautoriteit iets te ver gaan. Na het bezwaar van UPC werd het bedrag van 18.000 euro met 10 procent verlaagd omdat UPC haar leven beterde en de schade gering was als gevolg van een proefperiode.

De boete kon hoog oplopen ondanks dat in 2007 een boetemaximum van 67.000 euro gold. Door de verschillende overtredingen apart te beboeten kwam het uiteindelijke bedrag uit op drie ton. De rechter oordeelde dat UPC terecht 7 boetes kreeg.