VN: internet is levensader van terrorisme


Terroristen maken veelvuldig gebruik van het internet voor recrutering en opleiding. De VN stuit bij de bestrijding van online terrorisme op grote juridische bezwaren en privacykwesties.

"Het internet is de levensader van het terrorisme", waarschuwt Richard Barrett, co÷rdinator van het Al Qaida en Taliban Monitoring Team van de Verenigde Naties (VN). Terroristen zijn online actief om aanvallen te plannen, operaties te lanceren en nieuwe rekruten aan te trekken. Ook de media wordt via het internet bespeeld. "Door het internet blijven ze op de voorgrond van ons bewustzijn."

Barrett doet zijn verhaal tijdens het WCIT-congres in de RAI in Amsterdam. Sinds 2004 staat hij aan het hoofd van een New Yorks team dat terroristenorganisaties Al Qaida en Taliban moet bestrijden. Een van zijn expertisegebieden is het monitoren van online terroristische activiteiten. "Zonder internet zouden terroristen aanzienlijk minder effectief zijn", aldus Barrett.

125.000 terrorchatters
Uit cijfers van de VN blijkt dat terroristen inderdaad erg actief zijn op het wereldwijde web. Er zijn op dit moment 500 terroristensites in de lucht. Veelal bestaan die uit fora en chatgroepen waarbij 125.000 gebruikers zijn aangemeld. De chatgroepen bestaan uit verschillende beveiligingslagen, hoe meer interesse een potentiŰle rekruut toont hoe dieper hij doordringt in de groep, uiteindelijk volgt dan contact onder vier ogen.

"Niet alle 125.000 registranten zijn actieve terroristen", erkent Barrett. Maar de vijver is groot genoeg om er zo nu en dan 4 of 5 echte terroristen uit te vissen. De online bewegingen zijn moeilijk aan te pakken. Vooral door grote juridische bezwaren en privacyissues die komen kijken bij de bestrijding. Ook technische drempels zorgen er voor dat terroristen veelal hun gang kunnen gaan.

Bestrijding is lastig
Veelgebruikte encryptiemethoden zijn volgens Barrett zo goed dat ze 'niet binnen minder dan tien jaar te kraken zijn'. Hetzelfde geldt voor het kraken van versleuteld Sk*pe-verkeer. Ook het gebruik van reeksen e-mailboxen, waarmee e-mails steeds worden doorgestuurd en gewist, is populair. "Daar tussen komen is haast onmogelijk zonder infiltrant", zegt Barrett.

Ook Nationaal Co÷rdinator Terrorismebestrijding (NCTb) Erik Akerboom signaleert hetzelfde gebruik van internet door terroristen. Toch is er geen substantiŰle dreiging die wijst op de komst van groots opgezette cyberaanvallen. Sinds 2007 is er volgens Akerboom weinig veranderd in het internetgebruik van terroristen, dit blijkt ook uit een update van het rapport Jihadisten en het Internet (pdf). Er is binnen de organisaties geen expertise om grootschalige internetaanvallen te realiseren. "Maar het is mogelijk dat dit in de toekomst wel gaat gebeuren", zegt Akerboom.

Terrrismebestrijders sluiten pact met ict'ers
Er worden wel gaten en zwakke plekken in software geŰxploiteerd. Reden voor Akerboom om zowel de overheid als de ict-industrie op te roepen open te zijn over lekken en dreigingen van buitenaf. Dat is een moeilijk proces omdat er wederzijds wantrouwen bestaat. De huidige top-down structuur werkt niet, er moet meer overlegd worden tussen terrorismebestrijders en het bedrijfsleven, vindt het NCTb. Zeker omdat 83 procent van het Nederlandse bedrijfsleven en overheden zwaar op ict leunen.

Daarom heeft de NCTb samen met terrorismebestrijders uit andere landen tijdens WCIT een pact gesloten met verschillende multinationals uit de ict-sector. Welke multinationals dat zijn wil Akerboom niet zeggen omdat het gaat om een 'trusted community'. Akerboom wil wel kwijt dat het om 'vier tot vijf' securitybedrijven gaat. Binnen de opgerichte werkgroep worden kwetsbaarheden en dreigingen besproken. In oktober dit jaar vindt het eerste congres hierover plaats.