Succes voor 3D loopt niet via 2D conversie



Nu steeds meer televisie fabrikanten op de markt komen met 3D TV toestellen en de filmmakers zich haasten om op de 3D boot te stappen blijkt steeds duidelijker het gebrek aan kwalitatief goede 3D content. Dat laatste is op zich niet zo verwonderlijk wanneer we in aanmerking nemen hoe snel 3D de afgelopen periode weer in de belangstelling is gekomen.

In Nederland hebben nu ruim 15.000 huishoudens een kostbare 3D TV in bezit en 3D films in de bioscoop kunnen bogen op een flinke belangstelling waarbij als voordeel voor de bioscopen de toegangsprijs hoger kan liggen dan voor 2D films.

Om het 3D momentum vast te houden is er, zoals eerder opgemerkt, dus een duidelijke behoefte aan kwalitatief goede 3D content en daar wordt naar onze mening niet altijd op de juiste manier aan voldaan doordat inmiddels veel 2D materiaal klakkeloos wordt omgezet naar 3D.

Die omzetting naar 3D kan soms met succes gebeuren voor animatie films waarvan de oorspronkelijke 2D versie ooit gegeneerd werd vanuit een 3D model. Dat oorspronkelijke model kan dan namelijk gebruikt worden om de nieuwe 3D film vanuit twee verschillende ooghoeken (stereoscopisch)opnieuw te genereren.

Bij het omzetten van ander 2D film- of videomateriaal naar 3D komt echter een heel ander probleem om de hoek kijken. In dat beeld zit uiteraard geen echte diepte informatie opgeslagen en daardoor moet bij de omzetting een beroep worden gedaan op de techniek. Bij die techniek wordt bijvoorbeeld een beroep gedaan op de veronderstelling dat een object dat in beeld een ander object overlapt altijd voorop staat. Daarnaast kan perspectief en de grootte van objecten soms gebruikt worden om een schatting te maken van de ruimtelijke plaatsing.

Wanneer de 2D-3D omzetting gebeurt in in een professionele studio via een combinatie van geavanceerde techniek en vakmensen, die het resultaat beoordelen en eventueel corrigeren, dan is nog een redelijk 3D beeld op te bouwen al blijft het resultaat vaak een soort kijkdoos effect opleveren waarbij platte objecten in de ruimte zijn geplaatst. In de objecten die nu los van elkaar staan zit op zich namelijk geen diepte informatie waardoor ze op zichzelf gezien niet plastisch of ruimtelijk kunnen worden weergegeven.

Wanneer de 2D-3D omzetting voor TV uitzendingen direct en alleen via techniek (zonder menselijke beoordeling en correctie) bij een omroep wordt omgezet zullen er veel fouten in de 3D plaatsing zitten waardoor onze hersenen via de ogen regelmatig een fout of onlogisch stereoscopisch beeld binnenkrijgen dat niet past bij het beeld dat we kennen uit de echte wereld. Dat effect kan al snel vermoeidheid of hoofdpijn opleveren.

Hetzelfde probleem treedt op wanneer dergelijke 2D naar 3D conversie techniek is ingebouwd in de televisie. Ook daarbij wordt regelmatig, afhankelijk van de kwaliteit van de techniek, een onlogisch stereoscopisch beeld weergegeven. Daarnaast blijft bij deze technieken ook nog steeds het probleem van het eerdergenoemde kijkdoos effect bestaan.

De weg naar succes voor 3D zal naar onze mening in de meeste gevallen dus niet kunnen lopen via 2D conversie. Uiteindelijk blijft er maar één manier over om te laten zien dat 3D echt toegevoegde waarde kan leveren en dat is via het produceren van hoogwaardig, in 3D opgenomen en verwerkt, materiaal dat met verstand van zaken gemaakt is. Alleen dan zal naar onze mening de acceptatie van 3D echt goed op gang komen.