Nederlandse thuiskopie hoeft niet op de schop

Het Europese Hof vindt dat een thuiskopieheffing die voor bedrijven geldt tegen de geldende EU-richtlijn ingaat. Daarmee wordt een Spaanse auteursrechtenorganisatie in het ongelijk gesteld.

De rechters van het Europese Hof van Justitie oordelen dat een ongedifferentieerde thuiskopieheffing tegen de richtlijnen van de EU ingaat. De rechters deden deze uitspraak in een zaak die het Spaanse bedrijf Padawan dat cd-r's en dvd-r’s verkoopt had aangespannen tegen de Spaanse auteursrechtenorganisatie SAGE.

Onderscheid bedrijven en particulieren
De EU-rechters vinden een algemene heffing, die voor zowel bedrijven als particulieren geldt, niet geoorloofd omdat de thuiskopierecht niet voor bedrijven van toepassing is. Bedrijven hoeven dus volgens de rechter ook geen heffing te betalen.

Hoewel de Nederlandse thuiskopieregeling bijzonder veel op de Spaanse regeling lijkt, hoeft de Nederlandse regeling niet op de schop. Dat stelt althans Jochem Donker van Stichting de Thuiskopie. Donker stelt dat het onderscheid tussen particulieren en bedrijven in de Nederlandse regeling namelijk wel degelijk gemaakt wordt.

Uitzonderingen
“Er is in Nederland geen sprake van ongedifferentieerde toepassing van de thuiskopieheffing, er is namelijk een heel stelsel van uitzonderingen voor professioneel gebruik”, legt Donker uit. “In specifieke gevallen waaruit blijkt dat het niet voor privégebruik bestemd is kunnen bedrijven restitutie krijgen van de thuiskopievergoeding, zoals bij audiovisuele bedrijven”.

In andere gevallen geldt die uitzondering niet altijd, zoals bij de cd-r, maar daarvoor is in overleg met de rechthebbenden en makers van de blanco dragers weer een ander systeem gekozen. Donker: “We verdisconteren dat in de hoogte van de vergoeding. Op audiotapes bijvoorbeeld zat vroeger omgerekend een vergoeding van 30 eurocent. Toen kwam de cd-r en daarvan werd in het overleg tussen de partijen vastgesteld dat de helft daarvan voor professioneel gebruik zou zijn.”

Onpraktisch systeem
“Daardoor is besloten dat de heffing nog maar 14 eurocent hoeft te zijn zodat alleen het privégebruik betaald wordt”, vervolgt Donker. “Dat is bovendien één van de strekkingen van de uitspraak. Daar staat in dat het de consument is die moet betalen, maar omdat dat onpraktisch is, is er een systeem waarbij de heffing wordt doorgerekend aan producenten en importeurs van de blanco dragers. Dat is helemaal in lijn met de Europese richtlijn”. Hij vat samen dat er dus een evenwicht in de vergoeding gevonden moet worden.

Schadevergoeding
Overigens benadrukt het Europese Hof in dit arrest volgens Donker nog eens dat de thuiskopieheffing een schadevergoeding voor rechthebbenden moet zijn en dat er zodra het aannemelijk is dat consumenten ergens een kopie op kunnen maken, die schadevergoeding ook betaald moet worden. Hij geeft daarom ook aan dat die thuiskopieheffing op bijvoorbeeld mp3-spelers van belang is.

Donker benadrukt dat het willekeurig toepassen van de regeling op verschillende media weer wel tegen de Europese richtlijn ingaat. Volgens de juridisch medewerker van Stichting de Thuiskopie moet je er als lidstaat voor kiezen om thuiskopie te verbieden, of die vergoeding te heffen. Nederland heeft voor dat laatste gekozen en dan mag een lidstaat geen onderscheid maken volgens de uitspraak van het Europese hof. Dat is namelijk schadelijk voor de interne markt. Een mp3-speler kan hier dan goedkoper zijn dan in andere Europese landen, waar gebruikers wel een thuiskopieheffing over de speler moeten betalen.

Een thuiskopieheffing op mp3-spelers en dvd-recorders stond in de planning maar is door toenmalig minister van justitie Donner al in 2005 in de ijskast gezet.