De glasvezelstand van Nederland

Nederland is nog lang niet helemaal verglaasd. Zitten we vast in een gordiaanse glasvezelknoop? Of valt het juist allemaal wel mee. Het verglazen van Nederland duurt "nog vijf tot tien jaar".

Het hangt er een beetje vanaf aan wie je het vraagt. Dirk van der Woude, Programma Manager Glasvezel en Breedbanddiensten bij de Dienst Ruimtelijke Ordening van de Gemeente Amsterdam, schetst in een uitgebreid gesprek dat het aanleggen van glasvezel in een stad als Amsterdam helemaal niet zo makkelijk is als sommigen misschien wel denken. Hij gaat zelfs zover om te spreken van een glasvezelknoop. Dat betekent dat het volgens Van der Woude een "schier onmogelijke klus" is om glasvezel in Amsterdam aan te leggen, wat niet wegneemt dat het volgens hem uiteindelijk goed moet komen.

Obstakel onderbuurman
Amsterdam heeft inderdaad de nodige moeilijkheden met het snel aanleggen van een dekkend glasvezelnetwerk. Er zijn de nodige rechtszaken geweest tussen de gemeente en kabelaar UPC, zelfs tot aan het Europese hof. Eurocommissaris Neelie Kroes, destijds verantwoordelijk voor de portefeuille mededinging bemoeide zich er mee.

Maar dat is niet het enige probleem waarom Amsterdammers nog steeds niet allemaal toegang hebben tot glasvezelnetten. Zo is het door de hoogbouw vaak moeilijk om iemand op de derde verdieping aan te sluiten, als de onderbuurman op de tweede bijvoorbeeld met de noorderzon vertrokken is. De kabel zal toch door die verdieping heen moeten. En wie moet eigenlijk betalen voor de aanleg? Mag de gemeente een bijdrage leveren aan de uitrol van de glasvezel of toch niet?

Dit zijn maar enkele van de hoofdbrekens die komen kijken bij het aanleggen van supersnel internet in een oude stad. Alle kleine en grote problemen gecombineerd vertragen de aanleg en zorgen ervoor dat, in tegenstelling tot eerder was gepland, nog maar een relatief klein deel van de stad voorzien is van glasvezel.

Er zijn ook plekken in Nederland waar de situatie totaal omgekeerd lijkt. In het Brabantse Nuenen is het bijvoorbeeld wel gelukt om vrij simpel, in vergelijking met de hoofdstad, een glasvezelnetwerk uit te rollen. Dit komt andere andere doordat er van tevoren is geanticipeerd op de aanleg van nieuwe netwerken. Er is plaats vrij gehouden in de buizen waar makkelijk een nieuwe glasvezelkabel doorheen kan worden geblazen, iets wat in Amsterdam op veel plekken niet het geval is.

Bedrijven en huizen
Volgens Professor Telecommunication Engineering Wim van Etten, die volgens de IEEE Communication Society twee van de beste artikelen over communicatie en netwerkenschreef van de afgelopen vijftig jaar, is juist het opengooien van straten een "dure liefhebberij", want het is zeer arbeidsintensief. "Vandaar dat het in nieuwe wijken veel makkelijker is dan in zo'n oude stad als Amsterdam." Volgens Van Etten zijn de belangen in de hoofdstad ook veel groter omdat het over veel grotere investeringen gaat. "Iedereen gaat zich daar natuurlijk mee bemoeien. Iedereen ziet daar wel een belang in." Ook daardoor wordt het proces vertraagd.

Van Etten is een van de weinige Nederlanders die echt onafhankelijk over glasvezelnetten kan praten. Hij ziet niet direct reden om de noodklok te luiden, maar kan wel verklaren waarom de aanleg van glasvezel voor huishoudens in Nederland wordt vertraagd. "Het ligt er maar aan hoe je het bekijkt", legt hij uit aan Webwereld. Volgens hem is een groot deel van Nederland al verglaasd, behalve dan het laatste deel van het netwerk, het deel tussen de wijkkast en de woning. Iets wat hij het haarvatennet noemt. Bedrijven worden volgens hem wel voorzien van glas. "Dat kan ook niet meer anders." Bedrijven hebben glasvezel volgens Van Etten namelijk echt nodig, omdat ze zulke grootverbruikers zijn van internet. Het zijn de huizen die achter blijven met snel internet via een glasnetwerk.

Naar de huizen
Sinds een jaar of vijf is er een begin gemaakt om ook huizen te voorzien van een glasvezelverbinding. "En als je je dan afvraagt: waarom is dat nog niet overal? Nou dat is als volgt: dat kost namelijk nogal wat geld", aldus Van Etten. "Een paar jaar geleden lag naar elke woning in Nederland nog koperdraad. Als je dan besluit dat allemaal door glas te vervangen, dan is dat een miljardeninvestering. En de vraag is: wie hoest dat op?"

Volgens Van Etten komen dan een aantal facetten in beeld. Ten eerste stond KPN bij de vorige economische crisis van 2001 aan de rand van de afgrond. Zij wilden wel graag glasvezel aanleggen naar huizen, maar waren in een financieel zo benarde situatie beland dat ze een oproep deden aan zowel de overheid als de kabelaars om bij te springen en gedrieën heel Nederland van glasvezel naar de woning te voorzien.

"De overheid zei toen: nee dat doen we niet, dat moeten we aan de particuliere markt overlaten", verhaalt Van Etten. En ook de kabelaars zeiden nee. "Die zagen namelijk KPN aan de rand van de afgrond staan en die dachten: een klein duwtje en ze vallen erin, en dan hebben wij de markt." Maar een groot bedrijf als KPN gaat niet zomaar over de rand. Vooral dankzij Ad Scheepbouwer, die keiharde saneringen doorvoerde, overleefde KPN het.

Dat leidde er wel toe dat KPN en de kabelaars elkaars concurrenten werden. De telecomgigant ging bijvoorbeeld tv aanbieden en de kabelaars gingen telefonie bieden. Een slechte zaak, vooral van de kabelaars, vindt Van Etten. "Ik vond dat nogal een domme zet. Vooral omdat de abonnee daar niet mee gediend is."

Concurrentie is volgens de professor soms goed, en soms ook niet, en die destijds ontstane concurrentie was niet bevorderlijk voor de vooruitgang. Het had bijvoorbeeld ook invloed op de uitrol van glasvezel. "Als die drie de handen ineen hadden geslagen, dan had de verglazing een veel hogere vlucht genomen." Vervolgens ging iedereen voor zichzelf al dan niet serieus met glasvezel aan de slag. Maar omdat het ieder voor zich werd, ging de aanleg langzamer dan had gekund, "mondjesmaat", volgens Van Etten. ook kwamen er initiatieven vanuit gemeenten om de aanleg te stimuleren.

Oprekken van koper
Ten tweede rijst er volgens Van Etten de vraag of het überhaupt wel nodig is om huizen aan te sluiten op glasvezel. Dit omdat ADSL en later ADSL2 steeds meer capaciteit genereerden op het bestaande kopernetwerk. "Het koper werd als het ware opgerekt." Daardoor is de levensduur van het bestaande netwerk langer geworden.

Volgens de professor hebben dus én het gesteggel tussen de kabelaars en KPN én de verminderde noodzaak voor een nieuwe netwerk door de verbeterde capaciteit van koper er voor gezorgd dat Nederlandse huishoudens nog niet voorzien zijn van glasvezel. Wel moet daarbij aangetekend worden dat de laatste tijd steeds meer gemeenten zich sterk maken voor de verglazing, vaak in combinatie met kabelaars.

Ook dat is nog niet per se nodig, vindt Van Etten. Economisch gezien kan koper nog veel langer mee dan een aantal jaren geleden werd verwacht. Dan gaat het wel om het stuk tussen de wijkkast en de huizen. "Het is nog niet zo dat we tegen een limiet aanlopen", analyseert Van Etten. Hij wijst er verder op dat er tegenwoordig ook HDTV via diezelfde koperdraden wordt verzonden, dit overigens met wisselend succes. Niet overal is de kwaliteit hetzelfde.

Verder is de glasvezelaanleg volgens Van Etten vertraagd door de laatste crisis. Het gaat dus langzamer dan voor de crisis. Toch durft hij wel een schatting te maken wanneer Nederlandse huishoudens op een glasvezel verbinding zijn aangesloten. "Laat ik zeggen tussen de vijf en tien jaar. Maar dat is puur glazenbol kijken."