Hacken door Justitie is op het legale randje

Het Openbaar Ministerie heeft digitaal ingebroken om het onderzoek naar een kinderpornonetwerk rond Robert M. uit te breiden. Die methode is zeer omstreden.

Het Openbaar Ministerie maakte woensdag bekend dat de Nationale Recherche door te hacken een groot kinderpornonetwerk in kaart heeft gebracht waar zedenverdachte Robert M. deel van uitmaakt.

De sites stonden op hidden services binnen het annonimiseringsnetwerk Tor. Het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) heeft dit netwerk gehackt. Alle gevonden bestanden, waaronder 220.000 afbeeldingen, zijn overgedragen aan de FBI. De servers van de kinderpornosites staan namelijk in Amerika.

Hacken
Wim de Bruin, persvoorlichter van het Landelijk Parket, legt uit dat doorzoeken van Tor en het vastleggen van gegevens meer overeenkomt met een huiszoeking dan met een hack. Het KLPD heeft de bestanden en gegevens over IP-adressen van kinderpornositesbezoekers onder de Wet Bijzondere opsporingsbevoegdheden (Wet BOB) kunnen verkrijgen.

Deze wet geeft de bevoegdheid om onder andere digitale gegevens te vorderen. Net als bij een huiszoekingsbevel is daarvoor toestemming nodig van een rechter-commissaris.

"Er is een drempel voor bepaalde delicten. Voor bijvoorbeeld een winkeldiefstal mag je de server niet bekijken. Maar als het om pedofilie gaat, een zwaar delict, is dat vaak al voldoende om toegang te krijgen tot zo'n server", vertelt Quirijn Meijnen, advocaat op het gebied van ICT. "Je kunt niet zomaar wild gaan vissen. Je moet een soort feitencomplex hebben waardoor het aannemelijk is dat je ook wat gaat vinden. Er waren in de zaak van Robert M. al veel feiten boven water gekomen en ik kan me voorstellen dat ze die hebben gebruikt om ook die toestemming te verkrijgen."

FBI ingeschakeld
"Het onderzoek startte vanuit Nederlandse aanwijzingen naar een netwerk", aldus De Bruin. "Omdat er verwacht werd dat er bij een Amerikaanse server uitgekomen kon worden, heeft het KLPD contact gelegd met justitie in Amerika om toestemming te vragen voor het onderzoek. Nederland heeft de gevonden gegevens overgedragen om het voor de FBI mogelijk te maken om het onderzoek daar voort te zetten en gebruikers en beheerders te vervolgen."

Mocht de FBI op het spoor komen van Nederlandse gebruikers en beheerders, dan zou Nederland de taak krijgen om deze mensen te vervolgen, zodat er geen uilevering hoeft plaats te vinden.

Wat het betekent voor Robert M.
Wat dit zal betekenen voor Robert M., verdachte in de zedenzaak rondom het Amsterdamse kinderdagverblijf Het Hofnarretje is nog niet duidelijk, aldus Hans Anker, advocaat van Robert M. "'We hebben er onze vraagtekens en zijn bezig ons te verdiepen in wat er werkelijk allemaal gebeurd is, op welke basis men dit gedaan heeft."

"Wil men bepaalde gegevens verkrijgen, dan is daar een speciale regeling voor, de Wet BOB. Wij zijn dat aan het nakijken en vragen nadere informatie op bij het OM. We hopen over een paar weken meer te weten."

Of Robert M. ook door Amerika vervolgd zou kunnen worden is volgens Anker nog onduidelijk. "Andere landen kunnen natuurlijk altijd belangstelling hebben. Dat wordt allemaal op elkaar afgestemd. Er wordt gekeken of er sprake is van strafbare feiten die wellicht ook in andere landen zijn begaan."

"Je kunt alleen niet twee keer voor hetzelfde feit worden veroordeeld op grond van het ne bis in idem-beginsel. Maar we houden alles in de gaten in het belang van onze cliŽnt." Mocht Amerika om uitlevering vragen, zal Nederland dat waarschijnlijk niet toelaatbaar achten. Het ne bis in idem-beginsel zou in dat geval geschonden worden.