Videosite wint piraterijzaak van Universal

In hoger beroep oordeelt de Amerikaanse rechter dat videosite Veoh is gevrijwaard van aansprakelijkheid voor illegale uploads van gebruikers. Een principiŽle overwinning.

Videosites kunnen zich beroepen op de Digital Millennium Copyright Act (DMCA), ook als ze uploads van gebruikers transcoderen in andere formaten. Dat oordeelt de Amerikaanse rechter voor de derde achtereenvolgende keer in de zaak van Universal Music tegen Veoh. Voor Veoh komt de overwinning te laat, het bedrijf is inmiddels op de fles. Maar de uitspraak is een belangrijke opsteker voor vergelijkbare hostingdiensten.

Safe harbor
De Universal Music Group klaagde in 2007 Veoh aan omdat gebruikers muziekvideo's van het label zonder toestemming op de site zetten. Volgens Universal kon Veoh zich niet achter de Amerikaanse auteurswet, de Digital Millennium Copyright Act (DMCA), verschuilen. De site moest schade betalen en actief gaan filteren, eiste het label.

De DMCA biedt intermediairs zoals websites voor gebruikerscontent een zogenaamde 'safe harbor', een veilige haven tegen aanklachten wegens rechtenschending. Om in aanmerking te komen voor deze vrijwaring moet wel aan een aantal voorwaarden voldaan worden.

Zo moet de intermediair een duidelijke notice en takedown procedure hebben en prompt reageren op meldingen. Uploaders die in overtreding zijn moeten worden verwittigd en bij herhaling worden geweerd en geblokkeerd.

Transcoderen
Alhoewel Veoh aan al deze voorwaarden voldeed, was het volgens Universal toch willens en wetens een broeinest van piraterij. Het bedrijf had immers kennis van wat er geŁpload werd, omdat Veoh zelf deze bestanden transcodeert. De rechter oordeelt echter andermaal dat dit proces volledig geautomatiseerd is en daarmee onder reguliere hosting valt, meldt GigaOm.

Dat Veoh in zijn algemeenheid weet dat er illegale uploads plaatsvinden is ook geen reden om de vrijwaring onder de DMCA-wet op te heffen, vindt de rechter. De site hoeft ook niet te reageren op vage klachten van rechthebbenden, maar alleen op concrete en expliciete meldingen van illegale uploads. Het arrest bevestigt uitspraken uit 2008 en 2009.

Geen filterverplichting
Europa kent een vergelijke vrijwaring van aansprakelijkheid voor tussenpersonen op het internet, die is vastgelegd in de e-commerce richtlijn.

Onlangs kwam de hoogste rechter van de EU tot een vergelijkbare conclusie. Intermediairs, zoals hosters en isp's, kunnen niet worden gedwongen tot het filteren van hun netwerk op mogelijk illegale content, omdat dit in strijd is met zowel de Europese e-commerce richtlijn en ook met fundamentele grondrechten.