Belgische jeugd heeft hekel aan reclame

Jongeren houden niet van reclame. Dus kijken ze er steeds minder naar. Veel dan commerciŽle zenders beweren. De manier waarop jongeren naar televisie kijken, verandert met rasse schreden in BelgiŽ. Dat blijkt uit een studie van Dear Media in samenwerking met de Ehsal over televisiegedrag bij jongeren die later deze week voorgesteld wordt.

Van de 1.500 jongeren tussen 18 en 25 jaar die ondervraagd werden in BelgiŽ, zegt 90 procent reclame op televisie systematisch te ontwijken. Dat is slecht nieuws voor de commerciŽle zenders, die hun inkomsten halen uit reclamespots tijdens en tussen de tv-programma's.

Een probleem dat de laatste jaren, met het succes van digitale televisie, steeds prangender wordt. Dankzij digitale televisie in BelgiŽ is het veel gemakkelijker om tv-programma's op te nemen en de reclame door te spoelen.

Uit de enquÍte blijkt dat 70% van de ondervraagde jongeren thuis digitale televisie heeft. De enquÍte bevestigt ook de trend dat de digitale kijkers steeds minder 'gewoon' televisie kijken. Gemiddeld 42% van de tijd dat die de jongeren met digitale televisie voor het tv-scherm doorbrengen, spenderen ze aan programma's die niet op dat moment worden uitgezonden.

Centrum voor Informatie over de Media
Het grootste deel van hun kijktijd in BelgiŽ gaat naar tv-programma's die ze (meer dan drie uur) voordien opgenomen hebben (27%). Negen% van de tijd kijken ze naar programma's die ze net voordien opgenomen hebben of waarvoor ze hun pauzeknop gebruikt hebben. Zes% van de kijktijd gaat naar films of series die ze gehuurd hebben via video on demand (VOD). Een kwart van die de jongeren die digitaal kijken, spoelt elke dag reclame door.

'Een eyeopener', zo omschrijft Jo Caudron van Dear Media die cijfers. "Deze cijfers betekenen dat de zenders met een structureel probleem zitten. Het traditionele model, waarbij inhoud wordt gefinancierd met reclame, volstaat niet meer." Vooral het feit dat een kwart van de jongeren dagelijks reclame doorspoelt, vindt hij opmerkelijk, zo schrijft De Standaard. Dat cijfer ligt volgens hem meer dan drie keer hoger dan de cijfers van het Centrum voor Informatie over de Media (CIM) en dan wat de zenders doen uitschijnen. [RadioWereld.NL/Standaard]