FBI volgt verdachten via gsm-masten

De Amerikaanse opsporingsdienst FBI mag zonder gerechtelijke toestemming de locatie van verdachten via gms-masten volgen.

In een rechtszaak tegen een vermeende drugsdealer heeft de FBI succesvol locatiedata van gsm-masten aangevoerd als bewijs. De gegevens zijn tijdens de opsporing zonder gerechtelijk bevel verkregen, schrijft Wired. De zendmastgegevens mochten van de rechter echter wel worden gebruikt in de rechtbank. Dat is opmerkelijk omdat in dezelfde zaak in een eerder stadium gebruik van gps-locatiegegevens als bewijs was verworpen.

Gps-tracking mag niet
De FBI moest onlangs drieduizend gps-trackers verwijderen omdat er geen bevel van de rechter voor was. Een gps-tracker wordt gezien als een zoekactie waarvoor toestemming nodig is. Maar bij localisering via gsm-masten is dat niet het geval.

Daardoor is de bewijsvoering via zendmastgegevens een stuk aantrekkelijker geworden voor Amerikaanse opsporingsdiensten. Nadeel van de zendmastgegevens is wel dat de zo verkregen locaties van gebruikers iets minder nauwkeurig zijn. Bovendien moeten verdachten hun mobieltjes wel aan hebben staan.

Naar Nederlands voorbeeld
In Nederland worden locatiegegevens ook massaal gebruikt voor opsporingsdoeleinden. Jaarlijks vragen opsporingsdiensten 78.000 keer de locatie van telefoons op in Nederland via het CIOT. De praktijk van die CIOT-bevragingen is volgens privacy-activisten zorgwekkend. Uit een onderzoek van het ministerie van Veiligheid en Jusititie vorig jaar blijkt dat de verzoeken zelden tot nooit worden geweigerd.