Maarten van Rossem wil geen voetbal bij publieke omroep

Maarten van Rossem, historicus en tv-persoonlijkheid, vindt dat de Publieke Omroep te veel aandacht besteedt aan het EK Voetbal. Dat zei hij donderdag in VI Oranje. Van Rossem vindt de publieke zenders niet het juiste podium voor het sportevenement. “Dat er over voetbal wordt gepraat in een voetbalprogramma, daar heb ik geen probleem mee. Het is commercieel, dus dan weet je waar je aan toe bent. Mijn probleem is de voetbalterreur op de drie publieke zenders“, stelde hij.

Er is té veel voetbal en het duurt té lang, vindt hij. “Ik vind dat de publieke zenders daar eigenlijk niet voor zijn. Wat ik irritant vind, is dat we eerst het voetbalnieuws in het Journaal krijgen, dan krijgen we het sportrubriekje – daar hebben ze een speciaal deskje voor aangeschoven – waarin we al het nieuws nóg een keer te zien krijgen.”

“Ik heb naar geen enkele wedstrijd gekeken, maar laatst werd er een doelpunt gemaakt, wat niet als doelpunt werd geteld. Zonder het te willen ben ik haarscherp op de hoogte. Dat doelpunt heb ik nu, denk ik, 37 maal gezien.”

Het argument dat heel Nederland het EK wil zien, is volgens hem overdreven. “De helft van de Nederlandse bevolking misschien. De andere helft kijkt niet eens. Er zijn mensen die onder dwang kijken, bijvoorbeeld vrouwen die kijken omdat dat van hun man moet. Je kunt er vanuit gaan dat niet veel meer dan dertig procent van de Nederlandse bevolking met enig plezier naar die onzin kijkt.”

Van Rossem heeft er al met al ‘groot bezwaar’ tegen. “Ik zou het allerliefst hebben dat er een voetbalzender kwam, die van de vroege ochtend tot de late avond en de hele nacht door, zich voortdurend met voetbal bezighoudt, zodat je zeker weet dat je op de publieke zenders niet voortdurend verrast wordt met dingen die je helemaal niet wil zien.”