Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft de boete voor Microsoft uit 2008 voor het grootste deel overeind gehouden. De grootmacht hoeft 39 miljoen euro minder te betalen.

Dat betekent dat Microsoft uiteindelijk 860 miljoen euro moet betalen (pdf) voor het niet nakomen van een gerechtelijk bevel uit 2004. Toen werd Microsoft opgedragen om servercode beschikbaar te stellen zodat producten van concurrenten kunnen samenwerken met het Windows-platform. Het is de hoogste boete die de EC ooit aan een bedrijf heeft opgelegd.
Openstaande rekening

Microsoft voldeed pas aan dat bevel in 2007, terwijl de dwangsom was gesteld op eerst 2 miljoen euro per dag, en vervolgens 3 miljoen euro per dag. Daarbij zou Microsoft het begrip 'tegen een redelijke vergoeding' te ver hebben uitgerekt.

Het bedrijf ging tegen deze boete in beroep. Het zou disproportioneel zijn. Het Gerecht heeft dat beroep geheel van tafel geveegd. Hoger beroep is nog mogelijk, maar alleen op juridische punten: aan het feitenrelaas kan de advocaat van Microsoft niet meer tornen.
Verlaging

De relatief kleine verlaging is volgens de rechter het gevolg van de beslissing van de Europese Commissie om Microsoft toe te staan beperkingen door te voeren met betrekking tot de distributie van Open Source. Daar kan het bedrijf dus niet voor gestraft worden, zo oordeelt het Gerecht.

In totaal is Microsoft nu bijna 1,64 miljard euro aan boetes verschuldigd aan de EC. In 2004 kreeg Microsoft al een boete van 497 miljoen euro. Ook de integratie van Windows Media Player met het besturingssysteem werd door de EC veroordeeld, en kost de grootmacht 280,5 miljoen euro.