Stichting BREIN stelt dat proxydiensten die The Pirate Bay doorgeven niet alleen onrechtmatig zijn, maar ook strafbaar, wegens medeplichtigheid aan inbreuk. "Een kansloos dreigement."

Stichting BREIN dreigt met 'strafrechtelijke aangifte' als (reverse) proxies van torrentsite The Pirate Bay niet offline gaan. Dat blijkt uit sommaties die de stichting de afgelopen tijd heeft verstuurd aan TPB-proxy hosters, zoals deze week nog aan hostingbedrijf Greenhost.

"Naast onrechtmatig handelen maakt u, met de beschikbaarstelling van TPB via uw reverse proxy - net als de eigenaren van TPB - opzettelijk inbreuk op het auteursrecht althans bent u medeplichtig aan de inbreuk die de gebruikers van TPB maken en overtreedt u aldus een aantal strafrechtelijke bepalingen in de Nederlandse wetgeving", schrijft Bastiaan van Ramshorst, hoofdjurist van BREIN.
Bouwmarkt medeplichtig aan inbraak

Hij refereert daarbij aan artikel 48 sub 1 en 2 Strafrecht in combinatie met artikelen 1, 12, 31, 31a, 31b, 32a, 32b en 33 Auteurswet. Gaat de proxy niet offline, dan zal BREIN dat via de rechter afdwingen, met proceskosten als gevolg, plus mogelijke schadeclaims van rechthebbenden. "Bovendien overweegt BREIN in dat geval strafrechtelijke aangifte te doen."

Sacha van Geffen, directeur van Greenhost, weigert de proxy offline te halen en hekelt het 'dreigement' van BREIN. "Ik kan me voorstellen dat dit particulieren bang maakt. Maar ik zie niet wat hier strafbaar aan zou zijn. Als het op dat niveau gebeurt, dan moet je ook alle bouwmarkten sluiten, omdat schroevendraaiers gebruikt kunnen worden bij een inbraak."
Zweedse beheerders ook veroordeeld

BREIN-directeur Tim Kuik licht de argumentatie van de piraterijbestrijder toe. "Er kan wel degelijk sprake zijn van medeplichtigheid aan inbreuk. Het is bovendien willens en wetens een gerechtelijk vonnis omzeilen. In de Zweedse strafzaak zijn de Pirate Bay-beheerders ook veroordeeld voor medeplichtigheid aan auteursrechtinbreuk. Dit is vergelijkbaar."

"Het lijkt me een kansloos dreigement", diskwalificeert Arnoud Engelfriet, jurist bij ICTRecht, het standpunt van BREIN. "Allereerst omdat men tussenpersonen aanspreekt, die volgens de wet (art. 54a Strafrecht) niet vervolgd worden als zij maar gehoor geven aan een gerechtelijk bevel tot blokkeren."
Kool en geit

Deze partijen zijn volgens BREIN zelf tussenpersonen, want de stichting beroept zich op het artikel uit de Auteurswet dat bepaalt dat tussenpersonen verplicht zijn een einde te maken aan inbreuken gepleegd via hun dienst, stelt Engelfriet. "Je kunt niet eerst zeggen dat iemand tussenpersoon is en dus moet blokkeren, en daarna dat diezelfde iemand ook medeplichtige is aan de inbreuk."

"En ten tweede omdat het OM al jarenlang de richtlijn heeft dat er niet wordt vervolgd bij 'internetpiraterij', betoogt Engelfriet. Die richtlijn is dwingend en stamt uit begin 2006.
Proefproces OM faliekant mislukt

In de hele Nederlandse rechtsgeschiedenis is het OM één strafzaak begonnen tegen vermeende internetpiraten, de eDonkey-indexsites Shareconnector en Releases4U.

In 2007 werden de beheerders al vrijgesproken van de belangrijkste verdenkingen, omdat er niet bewezen was dat ze medeplichtig waren aan het uploaden van illegale bestanden.

In hoger beroep werd de zaak uiteindelijk in 2010 compleet naar de prullenbank verwezen. Het OM had zich laten souffleren door BREIN en was zijn boekje te buiten gegaan met dwangmiddelen, oordeelde het Haagse Hof. Engelfriet vraagt zich retorisch af: "Als het vervolgen van een grote club als Shareconnector al niet opportuun is, waarom dan wel een individuele proxy?"