Microsoft: clouds bouw je met Windows Server 2012

De nieuwe serverversie van Windows is gebombardeerd tot Cloud OS. Applicaties kunnen draaien in eigen, gehoste en publieke clouds. Makkelijke migraties en hybride clouds zijn ook mogelijk.

Video
Larry Ellison dist de cloud (video)
.
Windows Server 2012 is na vier jaar ontwikkeling af en officieel uitgebracht. De definitieve release bereikte een maand geleden de RTM-fase (release to manufacturing). Gisteravond lanceerde Microsoft zijn nieuwe serverbesturingssysteem officieel en stelde het breed beschikbaar, voor download en op nieuwe systemen van serverleveranciers.

Twee smaken, plus nog twee
De software komt in twee edities: standaard en datacenter. Deze vervangen de zes verschillende uitvoeringen van Server 2008 R2 (release 2). Voor serverfabrikanten is er nog een uitgeklede 2012-variant verkrijgbaar: Foundation, die geen ingebouwde virtualisatie biedt. Later dit jaar komt Microsoft nog met een Essentials-variant die bedoeld is voor het mkb en die de complete bundel Small Business Server vervangt. Van deze nieuwe 'instapserver' is alvast een release candidate te downloaden.

De Windows-producent prijst nu voluit cloud computing aan, omdat het zijn nieuwe serverplatform speciaal daarvoor heeft ontwikkeld. Enerzijds wil de leverancier met zijn nieuwe besturingssysteem een graantje meepikken van de cloudhype, anderzijds wil het klanten verleiden tot meer integratie en gebruik van Microsoft-producten. Daaronder ook de eigen clouddienst Windows Azure.

Data en apps altijd en overal
Het softwarebedrijf spiegelt bedrijven mogelijkheden voor om private clouds te vormen in en met hun eigen datacenters. De opvolger van Windows Server 2008 R2 (release 2) is volgens Microsoft-topman Satya Nadella volledig herzien voor het nieuwe tijdperk van moderne, slimme apps, gecombineerd met continue diensten en online-devices. Hij noemt smartphones en tablets niet bij naam, maar belooft wel toegang tot data en applicaties "voor elke gebruiker op elk apparaat".

Het tot Cloud OS omgedoopte Windows Server 2012 moet het fundament zijn wat die clouddiensten dan draait. "Het Cloud OS doet wat besturingssystemen altijd al hebben gedaan: hardware beheren en een platform bieden voor applicaties. Maar het breidt ook uit om diensten en technologie te omvatten die voorheen niet als onderdeel van een besturingssystyeem werden gezien."

Elastische datacenters
Die uitbreiding is voor de transformatie van het hedendaagse datacenter: om daarin mee te gaan én om het verder te laten gaan. Server 2012 moet de grenzen tussen servers (rekenkracht), storage, netwerken en andere datacentercomponenten slechten. Groeien en krimpen van applicaties en diensten kan dan voortaan automatisch gebeuren. Die zogeheten elasticiteit is juist het grote voordeel van cloud computing.

Het grote doelwit: VMware.

Virtualisatiepionier VMware en cloudreus Amazon prijzen dit al jaren aan voor hun respectievelijke producten en diensten. Eerstgenoemde concurrent wordt ook specifiek op de korrel genomen: Microsoft trekt de vergelijking met VMware in diverse white papers (PDF) en in zijn online-kostentool.

Daarnaast moet Microsofts nieuwe serverplatform de grens tussen (eigen) datacenters en diensten elders laten vervagen. Dit maakt combinaties mogelijk van private clouds met tegenhangers buiten de deur, die ook juist aanvullende functies kunnen bieden. Microsoft geeft aan dat dit zowel eigen clouds gehost in datacenters van dienstverleners betreft, als publieke clouds zoals zijn eigen Windows Azure.

'Consistent'
Wat Microsoft betreft, draaien al die clouds dan wel de nieuwste serverversie van Windows. Serverpresident Nadella benadrukt dat consistentie cruciaal is en dat alleen Microsoft het consistente platform kan bieden wat vereist is voor de cloud. "Dit is geen statement over packaging of aanbiedingen, maar over de onderliggende technologie-ontwerpen." Server 2012 heeft namelijk dezelfde ondergrond als cloudplatform Windows Azure.

Hierdoor kunnen klanten algemene en overal gelijke middelen gebruiken voor virtualisatie, applicatie-ontwikkeling, systeembeheer, en frameworks voor data en voor identiteiten. Of een applicatie dan draait in een lokale cloud of ergens anders maakt niet meer uit. Developers, beheerders en zelfs eindgebruikers hoeven die verschillen niet meer te zien en er niets van te merken om hun werk te kunnen doen.

Virtualisatieverbeteringen
Voor de realisatie van deze cloudambities is de ingebouwde virtualisatiesoftware Hyper-V flink onder handen genomen. Zo ondersteunt die hypervisor nu clusters die uit maximaal 64 servers mogen bestaan en die in totaal tot 8000 virtuele machines (vm's) kunnen draaien. Microsoft zegt hiermee VMware af te troeven qua schaalbaarheid.

Verder verhoogt het vernieuwde Hyper-V de bovengrenzen voor virtuele processors en geheugen. De virtualisatie in Server 2008 R2 kan virtuele machines elk maximaal vier processors en 64 GB geheugen geven. In Server 2012 ligt dat op 64 virtuele processors en 1 TB geheugen, toe te wijzen per virtuele machine.

Daarnaast is het bestandsformaat voor virtuele harde schijven (VHD's) vernieuwd om tot 64 TB te gaan. Het nieuwe VHDX-formaat is ook voorzien van middelen om beter bestand te zijn tegen storingen en uitval. Dit omvat onder meer incrementele back-ups van virtuele schijven, asynchrone synchronisatie van vm's over verschillende locaties, bundeling van netwerkkaarten, en verbeterde clustering.