Een groep dataspecialisten gaat onderzoek doen naar de rol van de sociale media ten tijde van het Harense Project-X van afgelopen vrijdag.

Het alternatieve onderzoek naar het uit de hand gelopen Facebook-feest wordt geleid door student Nieuwe Media Thomas Boeschoten van de Universiteit Utrecht. "Het idee is erachter is eigenlijk heel simpel: ik wil in een informele sfeer bekijken wat wij uit de tweets van die dagen kunnen extraheren. Dat er nu een officiŽle commissie is ingesteld om een breed onderzoek te gaan verrichten, triggerde mij." De student hoopt dat zijn 'hackathon' de commissie nieuwe inzichten kan bieden.
Bonte verzameling analisten

Tot nog toe heeft Boeschoten een tiental hackers/dataspecialisten opgetrommeld om op donderdag 4 oktober in Utrecht 500.000 tweets te analyseren. "De berichtendatabase is afkomstig van Harro Ranter. Hij is eigenlijk rijksambtenaar en houdt zich bezig met luchtvaart, maar vindt het prachtig om sociale media aan analyses te onderwerpen."

Naast een aantal datajournalisten en studenten heeft ook een vertegenwoordiger van justitie zich aangemeld. "Hij hoopt vooral te leren van onze werkwijze", zegt Boeschoten, die uitlegt dat er bewust niet met een doelstelling gewerkt wordt, omdat tijdens zo'n marathonsessie altijd vanzelf nieuwe vragen opduiken die met behulp van big data beantwoord kunnen worden.

Over het gebruik van Twitter tijdens de rellen durft Boeschoten alvast een aantal voorzichtige conclusies te trekken. "Vaak zie je bij dit soort gebeurtenissen opinieleiders ontstaan; vanaf een paar accounts worden relatief veel berichten verzonden. Dat zag ik ook bij een eerder onderzoek naar de rol van Twitter tijdens de Occupy-beweging, waar we toen zo'n zelfde studie hebben verricht. Uit die wereldwijde hackathon bleek dat in Nederland vanaf maar zo'n twintig accounts regelmatig berichten werden gestuurd. Bij Project X Haren verwacht ik hetzelfde beeld te zien."
'De media hebben een aanjagend effect gehad'

Ook op een vaak terugkerende vraag - zijn de rellen de schuld van de media? - kan Boeschoten al een antwoord geven. "Uit een eerste analyse die ik gedaan heb, zie ik dat pas toen traditionele media donderdag aandacht aan het fenomeen gingen schenken, ook het aantal tweets erover exponentieel toenam. Snel concluderend kan ik daaruit stellen: Twitter volgt waar het nieuws is. Ik geloof niet dat als het evenement beperkt tot Facebook was gebleven, er zoveel mensen zouden opdagen. De mensen kwamen pas doordat traditionele media het serieuze aandacht gingen schenken."

Boeschoten is benieuwd naar de manier waarop rond negen uur vrijdagavond het sentiment plots omsloeg. "In de visualisatie die ik eerder gemaakt heb, zie je woorden snel opkomen en weer verdwijnen. Plots komt het woord politie in beeld en verandert de sfeer. De eerdere grappenmakers gaan dan ook hun mond houden."
'Analyses met behulp van data Facebook blijven onmogelijk'

Het liefst zou Boeschoten donderdag ook data van Facebook in de analyse betrekken. Toch houdt het team het voorlopig bij de open data van Twitter. "Het zou mooi zijn als je zou kunnen onderzoeken wie zich voor het evenement op Facebook hebben aangemeld om daar conclusies aan te verbinden. Helaas hebben veel gebruikers metadata als hun woonplaats of geslacht afgeschermd, dus wordt het lastig daarmee aan de gang te gaan."