ICT-sector groeit in weerwil van economische crisis

De economische waarde van het internet is niet vast te stellen. Dat zegt de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling in een rapport. Daarin staan wel leuke internetweetjes.

Een goede meting van de waarde van het internet voor de wereldeconomie kan nog jarenlang niet worden gegeven, zegt de OESO in zijn jaarlijkse rapport over de interneteconomie. Het is duidelijk dat internet een belangrijke rol speelt in de economie, maar de koppeling van gegevens daarover kunnen moeilijk worden verwerkt. Dat duurt nog jaren zegt de OESO.

Maar de wereldorganisatie geeft wel enkele leuke weetjes in het rapport. Zo blijkt de internethandel nog maar beperkt, vooral wat online inkopen van zakelijke diensten en producten betreft. Daarnaast is er wel veel aandacht voor internetbeveiliging, maar veel minder voor privacy, ondanks dat daar in de media veel aandacht voor is. De informatie-uitwisseling op het gebied van (medische) zorg is slecht en de ICT-sector blijkt een van de weinige sectoren die bestand is tegen de economische crisis.

ICT-sector groeit in omzet en werkgelegenheid
De OESO zegt dat de grootste bedrijven in de ICT-sector een jaarlijkse omzetstijging hebben gekend van 6 procent in de periode van 2000 tot 2011. Die bedrijven bieden over de gehele wereld werk aan meer dan 14 miljoen mensen in 2011. Dat is vergeleken met een jaar eerder een stijging van 6 procent. In de ICT hebben de internetbedrijven het beste gepresteerd op het gebied van omzet en werkgelegenheid.

E-commerce, het zakendoen via het internet, neemt nog steeds toe, maar is in verhoduing nog redelijk beperkt. Er bestaan veel verbeteringskansen, zegt de OESO, omdat het internet veel vaker door bedrijven wordt gebruikt voor aankoop en bestelling van goederen en diensten dan voor de ontvangst van bestellingen. "Dit terwijl veel minder bedrijven goederen online verkopen vergeleken met bedrijven die producten online bestellen", schrijft de organisatie. In 2010 gebruikte gemiddeld 35 procent van alle bedrijven het internet voor aankopen en slechts 18 procent voor de verkoop van goederen en diensten.

Games zorgen voor 39 procent internetomzet
De OESO zet ook het gebruik van digitale content op een rijtje. Van alle digitale inkomsten komt 39 procent uit de verkoop van games (in 2010), digitale muziek zorgt momenteel voor 29 procent van de inkomsten van platenmaatschappijen. Dat is vier maal meer dan de gecombineerde online inkomsten van boeken, films en kranten, "ondanks het feit dat deze andere sectoren over het algemeen veel groter zijn", zegt de OESO.

Realtime-entertainment is inmiddels groter dan peer-to-peer. In Noord-Amerika is streaming in 2012 a uitgegroeid tot nagenoeg 65 procent van het piek-downstreamverkeer. Alleen al Netflix, de streaming videoservice, heeft in dat jaar niet minder dan 32,9 procent van al het Amerikaanse downstreamverkeer voor zijn rekening genomen. Het merendeel van het real-time entertainmentverkeer wordt opgeŽist wordt door het streamen van video en audio, 15,6 procent van dat verkeer wordt op mobiele toestellen en tablets thuis via wifi bekeken.

EPD's maken belofte niet waar
De elektronische patiŽntendossiers hebben hun beoogde voordelen nog niet waargemaakt, zegt de OESO. "Veel ICT-systemen in de gezondheidszorg kunnen niet met elkaar communiceren. De uitwisseling van gezondheidsinformatie is nog steeds een ernstig probleem. Elektronische medische gegevensuitwisseling buiten het ziekenhuis met andere leveranciers is ook nog niet tot stand gebracht, zelfs in landen waar elektronische gezondheidsdossiers met veel succes zijn geÔntroduceerd", schrijft de OESO mismoedig.

Ook op het gebied van privacy zijn er nog veel slagen te maken. De OESO signaleert dat er steeds meer aanvallen op de persoonsgegevens worden uitgevoerd. "Als persoonlijke gegevens worden verzameld, opgeslagen en verwerkt, hebben deze incidenten grote gevolgen voor de privacy." Maar de OESO heeft grote moeite om gegevens te vinden over innovatie in de bescherming van persoonsgegevens, terwijl die voor het beveiligen van de ICT zelf wel voorhanden zijn.

Meer oog voor security dan voor privacy
Dat kan wellicht doordat technologie gericht op een grotere privacy minder vaak gepatenteerd wordt, oppert de wereldorganisatie. Daarom kijkt OESO naar de statistieken over handelsmerken. "Die geven een veel beter idee over de rol van innovatie, maar het aantal handelsmerkaanvragen voor privacybeveiliging is zes maal kleiner dan het aantal aanvragen voor informatiebeveiliging. Dit wijst op een lager innovatieniveau voor technologieŽn en producten voor privacybeveiliging dan voor informatiebeveiliging."