"En we hebben het flink gepatenteerd", zei Steve Jobs in 2007 al bij de onthulling van de allereerste iPhone. De Apple-topman is daartoe aangezet door een verlies voor de iPod.
.
Krap een jaar voordat Jobs de iPhone onthulde, leed zijn bedrijf een gevoelig verlies op een patent. De populaire muziekspeler iPod was beschuldigd van inbreuk op een patent. Apple verloor die zaak niet, want het kwam nooit tot een rechtszitting. Maar de kwestie verloor Apple wel, want het heeft 100 miljoen dollar betaald in een schikking.

SoundBlaster, Zen en Nomad
Dit ondanks tegenaanklachten die Apple nog heeft ingediend tegen de toenmalige patentvijand. Wie dat was? Het ooit flinke grote Creative Labs, vroeger beroemd om zijn SoundBlaster pc-geluidskaarten en later best groot in de markt voor digitale muziekspelers. De inzet van deze vroege patentstrijd? De hiërarchische navigatie die de iPod biedt voor muziek; albums, artiesten, genres en songs. De Zen- en Nomad-muziekspelers van Creative hebben dit ook én de producent heeft dat gepatenteerd.

De aanvraag voor dit zogeheten Zen-patent werd al in januari 2001 gedaan. Apple onthulde eind datzelfde jaar zijn allereerste iPod, die al enige tijd in ontwikkeling was. Het bedrijf van de toen nog in leven zijnde Jobs diende een jaar later nog een eigen patentaanvraag in die soortgelijk was aan het Zen-patent. Het Amerikaanse patentbureau wees Apple's aanvraag af en kende de eerdere aanvraag van Creative uiteindelijk in augustus 2005 toe.

Deze oude mp3-speler is geen antieke iPod, maar heeft wel een soortgelijke bediening. Gelijk gepatenteerd door maker Creative Labs.



Alarmbel voor Jobs
Nog geen jaar later is Creative daarmee Apple te lijf gegaan. Enkele maanden later koos Jobs' bedrijf voor een schikking. De licentiebetaling van 100 miljoen dollar was ook toen een bedrag dat Apple best kon missen. Maar volgens voormalige Apple-topmensen was het wel een alarmbel voor Jobs. Het heeft hem aangezet tot een wapenwedloop voor de nu woedende patentoorlog.

De toenmalige ceo riep zijn senior managers bijeen en deelde hen mede dat ze voor de iPhone "alles gingen patenteren", schrijft techsite Ars Technica. "Zijn instelling was dat als iemand bij Apple het kon bedenken, dan zouden we een patent erop moeten aanvragen", vertelt ex-hoofdjurist Nancy Heinen aan de New York Times, die een lijvig artikel heeft gemaakt over misbruik van het Amerikaanse patentsysteem voor zakelijk-offensieve doeleinden.

Apple patenteerde, net als vele techbedrijven, zijn uitvindingen al jaren. Maar in 2006 is de verzamelwoede toegeslagen. En niet alleen voor patenten zelf. Ook voor aanvragen.

Ook aanvragen als wapen
De voormalig topjurist van Apple legt uit dat patentaanvragen door Jobs ook nodig werden geacht als het om iets ging wat Apple nooit zou gaan maken. "Het is een defensief hulpmiddel." Die verdedigingstactiek was niet alleen voor patenten zelf: ook aanvragen werden geronseld voor het wapenarsenaal. "Zelfs als we wisten dat het niet zou worden goedgekeurd, zouden we toch de aanvraag indienen." Dit zou dan namelijk voorkomen dat een ander bedrijf het idee wel zou proberen te patenteren.

"Creative heeft erg veel geluk dat het dit vroege patent toegekend heeft gekregen", zei Apple-ceo Jobs in het officiële persbericht over de patentschikking. Op dat moment liepen er vijf rechtszaken tussen de twee bedrijven, die allemaal in één klap zijn geschikt. De iPhone was toen nog volop in ontwikkeling, onder de codenaam Project Purple.

De iPhone zou niet overkomen wat met de iPod was gebeurd. Patenten waren één van de pluspunten die Jobs noemde voor de in 2007 onthulde smartphone:



Patentvergaderingen
Dat topgeheime project voor een eigen multitouch-smartphone ging door, maar met een belangrijke interne wijziging. Voortaan was er elke maand een bijeenkomst voor Apple's ingenieurs om hun uitvindingen te bespreken. Daar waren op een gegeven moment ook juristen bij, patentjuristen. Zij maakten driftig aantekeningen: "Dat is een patent", "Dat ook".

Vervolgens zijn niet alle ideeën en uitvindingen van Apple's techneuten gepatenteerd, of ingediend als aanvraag. Maar wel een flink aantal. Jobs noemde dat ook openlijk en trots in zijn presentatie van prachtpunten van de iPhone, toen hij die in 2007 aan de wereld toonde. De opsomming: het werkt haast magisch, er is geen stylus nodig, het is veel accurater dan bestaande touch-technologie, het negeert onbedoelde aanrakingen, het herkent meervingerige gebaren, en het is gepatenteerd.

Uitroepteken, voor HTC, Samsung, et al
Dat laatste punt is in Jobs' presentatie getooid met een uitroepteken. En door de topman zelf ingeluid met de uitspraak: "En boy, hebben we het gepatenteerd." Niet alleen qua technologie, maar ook qua - al dan niet basaal - software-ontwerp én qua design. De iPhone was toen al vergezeld van 200 patentaanvragen. Daar zijn er later nog vele bijgekomen. In recente jaren hebben concurrenten als HTC en Samsung dat aan den lijve ondervonden. Indirect met dank aan Creative Labs dus.

Jobs onthult in 2007 de revolutionaire iPhone, vol met zaken die Apple heeft gepatenteerd: