De barcode is deze week zestig jaar oud. Het gebruik liet lang op zich wachten. De eerste barcode die ooit werd gescand was een pakje kauwgom in een supermarkt in Ohio in 1974. Inmiddels zijn er vele opvolgers.

Het octrooi voor de barcode werd ingediend op 7 oktober 1952, door Norman Woodland, maar het duurde bijna twintig jaar voordat hij ook daadwerkelijk werd toegepast. De code ontmoette nogal wat weerstand, onder meer bij wijnmakers die de streepjescode om esthetische redenen niet op hun flessen wilden zien staan. Er waren ook technische redenen dat de introductie op zich laat wachten: de lasertechnologie om de codes te lezen kwam pas later.

Volgens toezichthouder GS1 UK zijn er meer dan vijf miljoen individuele barcodes in gebruik.

De gewone barcode die uit standaard onderdelen bestaat landnummer, fabrikant of producent, artikelnummer en controlegetal kende nogal wat beperkingen, en dus ontwikkelde Toyota in de jaren negentig de QR-code. Die kon veel meer informatie bevatten en had bovendien als voordeel dat hij op hoge snelheid gescand kon worden.

De doorbraak kwam enkele jaren geleden met de komst van de smartphone en de mobiele apps. Die maakten het mogelijk om, simpelweg door te scannen met de camera van de mobiele telefoon, te verwijzen naar een (mobiele) website zonder het adres in te tikken. Daarmee werd de QR-code voor het eerst ook interessant voor marketingdoeleinden.

De QR-code kan bovendien worden ingescand vanuit verschillende hoeken met een mobiele telefoon, dankzij drie positiedetectievlakken. Ook als een code beschadigd is, kan hij daardoor nog worden gelezen.

Over het algemeen wordt NFC gezien als een mogelijke opvolger. Een belangrijk kenmerk van NFC is dat de informatie-uitwisseling pas begint nadat een apparaat zich bekend heeft gemaakt bij een ander apparaat. Daarmee lijkt NFC enigszins op Bluetooth. NFC is afgeleid van RFID. De technologie maakt gebruik van een frequentie rond de 13,56 MHz. Het bereik ligt in de orde grootte van centimeters. Grootste voordeel: geen scanners meer.