Ubuntu wil verrassen met eigen, geheime source

Linux-maker Canonical werkt aan interne projecten waar het nu externe ontwikkelaars voor toelaat, tegen geheimhouding. Ceo Shuttleworth ontkent dat Ubuntu hierdoor minder open is.

De ceo van Canonical heeft de toelating van externe ontwikkelaars tot de geheime, gesloten projecten onthuld in een blogpost. "Critici zullen altijd critici zijn, of je nou een idee vooraf met ze bespreekt of niet", schrijft ceo Mark Shuttleworth. Volgens de hoogste baas heeft zijn bedrijf zowel open als interne ontwikkeling uitgeprobeerd.

Pas onthullen als het af is
Hij spiegelt voor dat er voordelen zijn aan het ontwikkelen van iets in het geheim. "Je kunt dan de tijd nemen om iets te maken, je kunt dan beoordeeld worden als je echt klaar bent, je krijgt dan veel meer impact als je je [product]verhaal vertelt, en je krijgt je naam meer onder de aandacht." Bij dat laatste merkt hij nog op (met een knipoog) dat niet alle media-aandacht is wat je als ontwikkelaar zou wensen.

Dat is precies wat er nu gebeurt naar aanleiding van zijn blogpost. Direct na publicatie daarvan laaide de ophef op: Linux-distributie Ubuntu zou hierdoor minder open worden. Techblogs en open source-nieuwssites interpreteerden de aankondiging van deze zogeheten skunkworks als een plan om de ontwikkeling van toekomstige Ubuntu-versies - al dan niet geheel - buiten de open source-gemeenschap te houden. Ook ontwikkelaars in die gemeenschap vrezen dit, waaronder Jan Wildeboer van Red Hat.

'Meer open dan voorheen'
In een vervolg-blogpost reageert Shuttleworth dat hier absoluut geen sprake van is. Hij stelt dat de interne projecten van Canonical voorheen niet toegankelijk waren voor externe ontwikkelaars, die nu juist wel worden toegelaten tot dit ontwikkelwerk. Ubuntu wordt dus meer open dan voorheen, bezweert de ceo.