D66 en PvdA in de bres voor publieke omroep

De nieuwe coalitie zal veel steun nodig hebben van de oppositie. D66 ziet alvast niets in het bezuinigen op de publieke omroep en de PvdA was altijd al tegenstander.

En daarmee lijkt op mediavlak ook al een eerste scheurtje zichtbaar in de kersverse coalitie van PvdA. De PvdA was altijd tegen de tweehonderd miljoen euro aan bezuinigingen die het vorige kabinet oplegde aan de publieke omroep. Maar in het nieuwe regeerakkoord van VVD en PvdA komt er nog eens honderd miljoen euro bij. PvdA Kamerlid Martijn van Dam is daarover onthutst.


Alleen VVD wilde bezuinigen
Van Dam was er maandag helder over op Radio 1: 'Het is niet ons plan, de VVD wilde meer bezuinigen op de publieke omroep, wij niet. En zij hebben daarin hun zin gekregen. Daar mag je best eerlijk over zijn.' Het PvdA kamerlid ziet veel in een samenwerking met regionale omroepen om een soort van nieuwszender te creŽren. Ook de NOS directeur ziet daar wel iets in. Het andere idee van Van Dam om kabelbedrijven (extra) te laten betalen voor doorgifte van de publieke omroepen, om zo de pijn te verzachten, ketste vrijwel direct af. Als grote oppositiepartij moet de nieuwe coalitie ook kunnen rekenen op steun van D66, maar die zal er op het gebied van mediableid ook niet direct komen.


D66: juist meer geld erbij
D66 prominent Wolffensperger heeft geen begrip voor de extra bezuinigingen en vindt dat er juist extra geld bij moet. Wolffensperger daarover: 'Ik snap niet dat als je in een samenleving zegt dat onderwijs en educatie de hoogste prioriteit hebben, dat je je dan niet realiseert dat je voor de educatie van een samenleving als geheel niet alleen naar scholen moet kijken, maar dat een publieke omroep met zijn informatie, nieuwsvoorziening en programmaís voor kleine doelgroepen daar ook een essentiŽle rol in speelt.' Volgens de D66 voorman zit er een soort rancune in de politiek, die ook gevoed wordt door commerciŽle omroepen en gedrukte media die maar al te graag over concurrentievervalsing spreken.

Geschreven door: Jan-Hein Visser