Minder gamen stopt gameverslaving niet

De tijd die gamers besteden aan het spelen van videogames is minder belangrijk voor het vaststellen of tegengaan van een verslaving dan andere factoren. Het is mogelijk belangrijker om te kijken naar waarom men wil gamen. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit Twente.

Vorig jaar schreven we al dat Nederland zo’n 12.000 gameverslaafde tieners telt. Deze verslaafden vinden het moeilijk om te stoppen met gamen en verwaarlozen zichzelf vaak. Soms zelfs tot de dood er op volgt. Toch moet er niet alleen gekeken worden naar de tijd die men aan het gamen besteedt.

Volgens onderzoek van Maria Haagsma van de Universiteit Twente zijn er, behalve speeltijd, bepaalde belangrijke factoren die bijdragen aan problematisch gamegedrag. Mensen die gamen om hun stemming te reguleren of de realiteit te ontvluchten, een voorkeur hebben voor online contacten en mensen met verminderd zelfcontrole hebben een grotere kans problematisch gamegedrag te vertonen.

“De bevindingen in mijn proefschrift suggereren dat de hoeveelheid tijd die besteed wordt aan gamen wellicht niet een onafhankelijke voorspeller is van problematisch gamegedrag, in tegenstelling tot andere factoren zoals zelfcontrole en stemmingsregulatie. Dit geeft aan dat het simpel verminderen van de hoeveelheid speeltijd waarschijnlijk geen effectieve oplossing is om problematisch gamegedrag te voorkomen of te behandelen”, aldus Haagsma.