Nederland heeft vanaf 1 januari 2014 een nieuwe mediawet. Hierdoor verandert er ook voor de Nederlandse tv-kijker enige zaken. Wat zijn de belangrijkste wijzigingen?




Het verdwijnen van de programmaraden is oorzaak van de nieuwe mediawet. De wettelijke taak voor het samenstellen van een pluriform analoge zenderaanbod bij de kabelbedrijven UPC en Ziggo maakt geen onderdeel van de nieuwe mediawet uit. Dat houdt in dat programmaraden vanaf 1 januari niet meer bestaan. Digitaal is ook in de mediawet de standaard geworden. Aanbieders die een tv-product aan meer dan 100.000 klanten aanbieden, dienen nu verplicht een digitaal basispakket van minimaal dertig zenders aan te bieden. Directe consumenteninvloed verdwijnt omdat het aantal tv-zenders dat verplicht moet worden aangeboden van 15 naar 30 is verhoogd. Analoge tv mag natuurlijk nog wel door aanbieders worden aangeboden maar is niet meer verplicht. Biedt een aanbieder analoge tv aan dan is men wel verplicht een zenderaanbod van minimaal 15 zenders aan te bieden.

Verplichte fusies

De nieuwe mediawet zorgt er ook voor dat het aantal publieke omroepen door samenwerking en/of fusies uiteindelijk tot acht wordt teruggebracht. Dit is nodig om een bezuinigingsoperatie van honderden miljoenen euros in goede banen te kunnen leiden. Er zijn natuurlijk nog meer wijzigingen in de mediawet. En daarvan is dat aanbieders extra tv-diensten die met het aanvoersignaal worden aangeboden niet meer mogen blokkeren. Het gaat hierbij onder meer om de interactieve tv-dienst HbbTV, ondertiteling en gesproken ondertitels. Enkele aanbieders blokkeren bewust n of meerdere van dit soort aanvullende tv-diensten. Of dit verbod er ook daadwerkelijk komt, is de vraag. Mediastaatssecretaris Sander Dekker bericht de Tweede Kamer hierover in maart schriftelijk. Men onderzoekt op dit moment onder meer of het verbod juridisch gezien in volgens het Europese recht is toegestaan.