Providers: we zijn als een drukpers, dus weg met regels

'Netneutraliteit bedreigt vrijheid van meningsuiting'

Amerikaanse providers trekken ten strijde tegen nieuwe regels die ervoor zorgen dat dataverkeer gelijk wordt behandeld. Netneutraliteit schendt volgens hen één van de heiligste amendementen van de Amerikaanse grondwet.

Dat de strijd over netneutraliteit, kort door de bocht het gelijkwaardig behandelen van dataverkeer, nog lang niet is gestreden, zal je niet zijn ontgaan. In december start een belangrijke rechtszaak tegen de Amerikaanse telecomautoriteit FCC die zijn boekje (opnieuw) te buiten gegaan zou zijn met netneutraliteitsregels voor internetproviders.




De telecomcommissie heeft breedbandproviders opnieuw geclassificeerd, zodat ze als nutsleverenaciers te boek staan en daarmee onder de telecomwaakhond vallen. Dus veel argumentaties tegen de nieuwe regels gaan over de jurisdictie van de FCC. Ook stellen economen (PDF) dat de commissie niet goed heeft gewogen wat de kosten/baten zijn bij zo'n herclassificatie van breedbandproviders.

'Persvrijheid in het geding'

Een andere aanpak is een argumentatie op grond van het Eerste Amendement (vrijheid van meningsuiting en persvrijheid). Denktank CBIT, die voor de providers uitkomt in de rechtszaak, vindt dat de FCC tornt aan de vrijheid van meningsuiting door providers op te leggen wat ze als doorgeefluik van data moeten doen.

"Breedbandproviders produceren en verspreiden meningsuitingen, kiezen welke massacommunicatie van derden ze verder verspreiden en om welke redenen ze dat doen. Op Eerste Amendement-gronden bekeken is een provider daarmee niet te onderscheiden van een drukpers, een krant, een televisiezender of een kabelprovider", zo stelt de argumentatie (PDF).

Daar zou de overheid zich dus niet mee mogen bemoeien, zo luidt de argumentatie. In december wordt de zaak van de providers inhoudelijk behandeld.