Kik legt schuld ruzie bij onbeschofte ontwikkelaar

Tenminste, dat is hun kant van het verhaal.

Het verhaal van de "dependency hell" dat gisteren ontstond nadat een ontwikkelaar al z'n modules verwijderde uit NPM krijgt een staartje. Het hoofd van Kik laat vandaag zijn kant van het verhaal horen.

Gisteren schreven wij al even hoe een groot deel van de JavaScript-projecten in de problemen kwam nadat ontwikkelaar Azer Koçulu al z'n modules verwijderde uit NPM na een juridisch akkefietje met de makers van de chat-app Kik.




De grote verontwaardiging die ontstond na het verwijderen van de modules en het terugplaatsen daarvan door de CEO van NPM, sudderde nog lang na. Niet alleen werd er gediscussieerd of Koçulu in z'n recht stond, maar ook over het feit dat het een gevaarlijke zaak is dat een groot deel van de belangrijke internetprojecten afhankelijk is van losse modules.

Het verhaal kreeg vandaag echter een staartje. Mike Roberts, hoofd van de chat-app Kik, klom in de pen en schreef een blogpost waarin hij zijn kant van het verhaal vertelt.

Onbeschofte reactie

Roberts begint zijn betoog met de uitspraak dat ook hij een groot voorstander is van open source en dat hij in het verleden ook enkele open source projecten gepubliceerd heeft.

Ook hij kreeg last van de, door Koçulu, verwijderde left-pad module. De ontwikkelaars van Kik maken gebruik van JSCS die ook afhankelijk is van left-pad (en vele andere modules). Het team van Roberts wist in eerste instantie niet waar het probleem vandaan kwam.

Roberts legt verder ook uit waarom hij contact opnam met Koçulu. "Kik bestaat al een tijdje en wij dachten dat de naam 'kik' in Azer's NPM-package verwarring zou kunnen opleveren. Sterker nog, toen Azer duidelijk maakte dat hij de naam niet zou wijzigen besloten wij een andere naam te gebruiken voor on NPM-pakket. Zelfs toen ons werd verteld dat wij de naam Kik alsnog mochten hebben."

Roberts geeft toe dat het dreigement met juridische stappen misschien niet zo netjes was, maar de reactie van Azer was ronduit onbeschoft.

Roberts vond het wel zo eerlijk om, in het kader van openheid, de volledige mailwisseling vrij te geven. "Aangezien dit verhaal een hoop builds wereldwijd heeft gebroken wil ik er zeker van zijn dat iedereen alle informatie tot z'n beschikking heeft. In dit geval betekent dat, het publiceren van de volledige e-mail-thread." De CEO merkt ook op dat de schrijver van de e-mails, Bob Stratton, geen advocaat is, maar een patentcontroleur van Kik.




Er werd tot twee keer toe beleefd gevraagd of Koçulu de naam van de packages (kik en kik-starter) wilde wijzigen. De tweede keer werd de ontwikkelaar er echter op gewezen dat de naam Kik een geregistreerd handelsmerk is in veel landen en dat Koçulu in de problemen zou kunnen komen als hij daadwerkelijk een project zou uitbrengen met de naam Kik. Stratton vraagt nog om een compromis, zonder inmenging van advocaten en biedt zelfs aan de ontwikkelaar te compenseren.

Het dreigement schoot Koçulu blijkbaar in het verkeerde keelgat en antwoordde met. "Hahaha, je bent een lul, dus fuck you en mail mij niet meer."

Dat was het moment dat Bob contact opnam met NPM om het op een andere manier af te handelen. In eerste instantie kregen de mensen van Kik interactive daar geen reactie op en besloten opnieuw contact op te nemen met Koçulu.

"Wij proberen dit echt op een behoorlijke, vriendschappelijke manier op te lossen. Ik weet niet waarom dat ons zo slecht maakt. Is er echt niets dat wij kunnen doen voor jou op het gebied van compensatie voor de moeite van het veranderen van de naam?"

Ook de reactie die daarop volgde was, volgens Roberts, onredelijk. Hij vroeg om 30.000 dollar en bleef maar schelden. Reden genoeg voor Bob om het daarna maar op te lossen met de mensen van NPM. Die gaven uiteindelijk gehoor aan het verzoek.

Koçulu liet het daarbij niet zitten en verwijderde alle modules van NPM. Daarnaast heeft de ontwikkelaar z'n blogpost ook een kleine update gegeven waarin hij meldt dat de mensen van Kik hem nu aanvallen via de media en de feiten proberen te verdraaien via de mainstream media. Hij verwijst daarbij naar een artikel van Business Insider.