Ziggo krijgt vaker met concurrentie twee glasvezelnetwerken te maken
De toekomst lijkt voor Ziggo meer zorgelijker te worden nu in veel grote en middelgrote gemeenten inclusief randplaatsen twee glasvezelnetwerken actief worden.

Ziggo krijgt vaker met concurrentie twee glasvezelnetwerken te maken

Ziggo kijkt vooruit op een minder zorgeloze toekomst in vergelijk met voorgaande jaren. De concurrentie met het DSL-kopernetwerk van KPN kon in het verleden zonder enige moeite aangegaan worden. Maar nu moet het HFC-netwerk van Ziggo het afleggen tegen het kwalitatief betere glasvezel. En juist glasvezel wordt op dit moment door meerdere bedrijven in het verzorgingsgebied in een hoger tempo dan van tevoren werd verwacht in de grond gestampt. En of dit al niet genoeg is, gaan glasvezelexploitanten in meer plaatsen ook nog eens de concurrentie met elkaar aan.



Prijs onder druk
In praktijk betekent dit dat in deze plaatsen naast de Ziggo-kabelaansluiting niet één maar twee toegangspunten tot glasvezel in de meterkast aanwezig zijn. In veel gevallen gaat het om een glasvezelaansluiting van KPN NetwerkNL en Open Dutch Fiber (T-Mobile) of Delta Fiber. Voor Ziggo is daarbij niet alleen in het nadeel dat glasvezel kwalitatief beter is dan het eigen DOCSIS 3.1-netwerk. De twee glasvezelexploitanten gaan onderling niet de concurrentie op kwaliteit maar op prijs aan. De kans dat Ziggo dus klanten aan aanbieders van tv en internet die van één van de twee glasvezelnetwerken kwijtraakt, wordt dus alleen maar groter. Onlangs kondigde Ridderkerk – onder de rook van Rotterdam – aan dat in deze zowel een glasvezelnetwerk van KPN als T-Mobile wordt aangelegd.



Duo glasvezel
Zeker nu KPN de ambitie heeft om het overgrote deel van het DSL-kopernetwerk te vervangen voor glasvezel betekent dit dat in meer woningen en bedrijven toegang tot meerdere glasvezelnetwerken mogelijk is. Voor de consument lijkt dit goed nieuws te zijn. In andere Europese landen waar de keuze uit meerdere glasvezelnetwerken bestaat – zoals in Spanje – zijn de prijzen voor diensten als tv en internet lager dan in landen waar de keuze en dus concurrentie minder groot is.