Toezichtkosten molensteen voor kleine commerciële zenders: meer DAB+ radio’s, hogere kosten
Het blijkt dat het grote marketingoffensief van landelijke radiozenders en de eis om DAB+ in nieuwe auto’s als basisvoorziening te benoemen kleine commerciële omroepen veel geld kosten.

Toezichtkosten molensteen voor kleine commerciële zenders: meer DAB+ radio’s, hogere kosten

Nu blijkt dat kleine commerciële omroepen vanaf september alleen nog via een nieuwe vergunningen via DAB+ kunnen blijven uitzenden, wordt het kostenplaatje van de toekomstige etheruitzendingen opgemaakt. Niet alleen het de door EZK voorgenomen veiling van DAB+ uitzendvergunningen voor kleine commerciële omroepen speelt bij het totale kostenplaatje een belangrijke rol. Ook andere jaarlijks terugkerende kosten zijn van belang. Het gaat hierbij onder meer om auteursrechten van uitgezonden muziek (BUMA/Stemra en SENA) en toezichtkosten van overheidsinstanties.



Bereik
Een van deze overheidsinstanties is Commissariaat voor de Media (CvdM). In de afgelopen maanden was vanuit meerdere radiozenders al te horen dat de toezichtkosten voor deze toezichthoudende instantie hoog zijn. Voor enkele radiozenders – zoals Hollands Pallet en Decibel 962 – reden om voor wat betreft DAB+ distributie de handdoek in de ring te gooien. Want diverse omstandigheden hebben ervoor gezorgd dat de toezichtkosten voor CvdM omhoog zijn geschoten. Dit heeft met het potentiële bereik van DAB+ te maken. Nu in meer huishoudens en in meer auto’s een DAB+ radio aanwezig is, stijgt het potentieel bereik van een door een radiozender via DAB+ uitgezonden programma’s. En de toezichtkosten voor CvdM worden op dit moment berekend op basis van het potentieel bereik.



Lokale omroepen
Dit wordt door CvdM-woordvoerder Gert-Jan Hartlief bevestigd aan Totaal TV. “Het jaarlijks te betalen bedrag is afhankelijk van de soort dienst (radio, televisie of kabelkrant), het technisch (potentieel) bereik (huishoudens), marktaandeel, het uitzendgebied van een dienst (binnen- of buitenland), en het aantal uitzenduren.” En daarbij zoemen wij samen met Hartelief meer in op het aspect bereik. “Het Commissariaat berekent het ‘’aantal huishoudens’’ dat via DAB+ wordt bereikt door het aantal huishoudens in Nederland te vermenigvuldigen met het percentage huishoudens in de betreffende DAB+ allotments. Daarbij gaat het Commissariaat uit van de door Rijksinspectie Digitale Infrastructuur aangeleverde gegevens over het aantal huishoudens dat binnen de DAB+ allotments woonachtig is. Vervolgens wordt van dit aantal huishoudens het percentage huishoudens genomen dat volgens het Centraal Bureau voor Statistiek in een bepaald jaar gemiddeld in bezit is van een DAB+ ontvanger”, aldus Hartlief.



Lokale omroep
Bovenstaande kostenpost geldt overigens alleen voor kleine commerciële omroepen die via frequentielaag 6 via DAB+ uitzenden. Publieke lokale omroepen zijn – zo bevestigd ook woordvoerder Hartlief – gevrijwaard van deze toezichtkosten op basis van bovengenoemde criteria. Maar uiteindelijk kan het wel publieke lokale omroepen in de toekomst op hogere kosten gaan brengen. In lokale DAB+ allotments dienen lokale omroepen en kleine commerciële omroepen met betrekking tot exploitatie van het zenderpark samen te werken. Minder radiozenders die binnen een allotment uitzenden, maakt de zenderexploitatiekosten voor alle wel deelnemende zenders alleen maar hoger.



Wijziging
Achter de schermen wordt overigens gewerkt aan een wijziging van de methode waar op toezichtkosten van CvdM voor commerciële zenders worden berekend. Vanuit kleine commerciële omroepen is de roep te horen dat dit bijvoorbeeld op basis van advertentie inkomsten dient te geschieden. Adverteerders weten de weg naar kleine commerciële omroepen nauwelijks te vinden. En de enkele radiozenders die wel een klein succesje op commercieel vlak scoren, kunnen door de inkomsten hiervan iets meer dan minder succesvolle collega’s betalen. Zo is tenminste de gedachten gang van voorstanders van deze rekenmethode. Maar voorlopig blijft het nog ongewis wat de toekomst gaat brengen. Maar vooral ook wanneer de nieuwe toekomst met betrekking tot het berekenen van de toezichtkosten ingaat. “De verwachting is dat een nieuwe regeling op zijn vroegst met ingang van januari 2025 zal ingaan”, aldus een glazen bol kijkende woordvoerder van de toezichthouder.